Toen ik 8 zou worden vroeg mijn vader mij wat ik wilde hebben voor mijn verjaardag. “Een trein pap”. En van welk merk dan wel? (je voelde de terughoudendheid al) “Märklin, pap”. Dat is te duur jongen. Is er nog een ander merk, dat je zou willen?. Fleischmann? ook te duur. Ik zal wel eens kijken wat we kunnen doen. Mijn vader grossierde in boter, kaas en eieren. Later kwamen daar soepen in blik bij. De vertegenwoordiger van Unox kwam regelmatig over de vloer en introduceerde een speciale actie van Unox voor (de kinderen van) haar grossiers: een elektrische trein inclusief rails van Jouef (spreek uit Zjoe-èf) een Frans merk. Natuurlijk bij een bepaalde omzet, maar dat was bij mijn vader geen probleem. Dus stond daar voor mijn verjaardag een ingepakte doos (een starters pack, zouden we nu zeggen) met daarin de trein met toebehoren van Jouef. Toen ik de blauwe (?) locomotief op de rails wilde zetten vielen de wielen eronderuit. Tot zover de kwaliteit van Jouef (toen) Toen ik daarna ook nog maanden moest wachten op één wissel was de liefde voor modeltreinen over.
Blijkbaar was er toch een zaadje geplant wat 60 jaar later ineens zijn kopje boven de grond uitstak en wat heeft geleid tot een geldverslindende bezigheid (hobby kan ik het niet meer noemen)Directe aanleiding was een vakantie in Canada waar wij geconfronteerd werden met twee levensbelangrijke fenomenen: de Canadian Pacific Railway en de Canadian National Railway. Van oost naar west aangelegd en voornamelijk bedoeld om vracht vervoeren. Stel je voor: 3 locomotieven aan de voorkant, dan 70 wagons, 2 locomotieven in het midden, weer 70 wagons en twee locomotieven achteraan. Aan de trein valt in Canada niet te ontkomen en, behalve een levensader, is-ie overal. Door de beperkte bouwruimte vanwege de bergen gaat alles door de dalen; de rivieren, de wegen, de dorpjes en de steden en twee spoorbanen elk aan een kant van de rivier. Ik vond dit zo indrukwekkend dat ik bij terugkeer in pensioenland het idee opvatte een modeltreinbaan te bouwen. Het merk? Märklin natuurlijk!
Doel van deze site
Het is niet de bedoeling van deze site een ‘tutorial’, ‘best practices’ of überhaupt iets aan instructies te geven. Wel wil ik de over- en afwegingen die ik heb gemaakt tijdens het bedenken, (laten) bouwen en operationaliseren delen. Je bouwt eigenlijk aan een kleine wereld waarin alle facetten van de grote wereld terugkomen. Onzekerheid, teleurstelling, doorzettingsvermogen, (on)geduld, erkenning en waardering spelen evenzeer als in de grote wereld. Je bent bedenker, ontwerper, timmerman, elektricien, schilder, hovenier en beeldhouwer. Boetseren, metaalbewerken, administreren, plannen en organiseren? Het hoort er allemaal bij. Ook het accepteren dat je soms beter dingen kan uitbesteden dan zelf maken. Je ligt er dan minder van wakker, het gaat sneller en het resultaat is beter en betrouwbaarder. Ik ben zelf geen timmerman en ook geen elektriciën. En je wil later niet de helft van je baan moeten slopen omdat er ergens iets is doorgebrand. Last but not least is het overzien van de (financiële) consequenties. Soms ben je zo bezig met de bouw dat je bijna vergeet dat er beneden (mijn baan staat op zolder) ook nog iemand leeft die aandacht nodig heeft en wat het financiële betreft:
Ik ben nog nooit de deur van een modelspoorwinkel uitgegaan zonder minder uitgegeven te hebben dan ik van plan was, het was altijd meer. Die locomotief in de vitrine gaat namelijk erotisch tegen je praten: “Neem me mee , ik hoor bij jou, ik wil op jouw rails rijden”. En voor je het weet ben je €350 armer (en een fraaie loc rijker).
Belangrijk vond ik ook te ontdekken hoever ik wilde gaan. In het begin was dat een uitgebreide ovaal in een kamertje van 3 bij 4, waar ook nog mijn bureau in stond. En nu werken we aan een redelijk complexe baan met schaduwstation en klimspiraal op een zolder 4,5 bij 4,5 meter. Op die zolder stond een joekel van een garderobekast. Die moest natuurlijk weg. Waar naar toe met de inhoud? Naar een nieuw te bouwen inloopkast in de slaapkamer. Dan ook maar gelijk nieuwe vloerbedekking. Zo heeft een modeltrein dus vergaande consequenties. Ik heb daarnaast ook nog een zekere drang tot perfectie en dan is een modeltreinbaan hèt middel om volledig op leeg te lopen, zowel emotioneel als financieel.
Het verhaal
Geduld is niet mijn sterkste kant en daar wordt bij modeltreinbouw wel een zwaar beroep opgedaan. Ik kon eigenlijk niet wachten tot ik de eerste trein zag rijden. Toch heb ik me zelf ingehouden en maanden besteedt aan concept, doel en ontwerp van de baan. En daar begint het verhaal.
Doel, concept en ontwerp (van de baan)
Het kiezen van een concept heb ik als minst lastig ervaren. Mijn doel is te laten zien waar Nederland o.a. goed in is: logistiek (overslag), chemie, (beton)bouw en (trein)techniek. Dan de vragen en afwegingen: Hoeveel ruimte heb ik, wat wordt de vorm, welke afmetingen krijgt de baan. In welke schaal, welk railtype. Wat komt er dan op te staan? Wat gaat waar naar toe? Hoe is alles verbonden met elkaar? Wat maak ik zelf en wat besteedt ik uit of koop ik. En, rekening houdend met je lenigheid, worden bereikbaarheid en toegankelijkheid ook steeds belangrijkere issues .
En dan komt het moment dat je gaat plannen en alle facetten die er bij komen kijken de revue laat passeren. In de komende teksten vertel ik en laat ik zien waar ik voor gekozen heb en waarom. Lees hierin geen oordeel over keuzes die uzelf zou maken of al gemaakt heeft. Ieder maakt zijn eigen afwegingen en keuzes. Op een aantal punten had ik betere keuzes kunnen maken. Soms klopte de volgorde niet en was ik te vroeg of te laat. Dat ligt niet altijd aan jezelf. Er is zoveel te koop op dit gebied en het ontwikkelt zo snel dat je vaak niet eens weet wat voorhanden is. Met de kennis en vaardigheid van nu had ik mijn eerste baan wel anders aangepakt. Mild zijn naar jezelf komt dan wel van pas anders wordt het een frustrerende bezigheid.
Internet is een medium wat ontegenzeggelijk bijdraagt aan vergroting van kennis en vaardigheid. Op YouTube staan talloze ‘tutorials’ over modeltreinbouw. Ik heb me daar heel vaak georiënteerd en laten inspireren. Vooral waren dat de tutorials van Märklin of Sweden, die van Märklin zelf, Luke Towan uit Australië, die weliswaar soms met materialen werkt die hier niet of nauwelijks te krijgen zijn, maar een absolute perfectionist is als om bouwen ‘from scratch’ gaat. Ook OCPFE H0 is zo’n kanaal waar duidelijk wordt uitgelegd wat de bedoeling is en hoe je het kunt maken. Wel een voice-over waarbij je bijna in slaap valt. Ook zijn er veel fora waar je op terecht kunt en waar de meningen heel sterk kunnen verschillen. Zelf ben ik lid van het 3-railforum (Märklin) waar ik al veel goede tips & tricks vandaan heb gehaald. Ook heb ik veel geleerd uit het Modelspoorhandboek van Koen Kuypers.
Schaalkeuze
Ook hier heb ik niet lang over gedaan. Ik ben 68 en dan zijn de ogen onverbiddelijk achteruit gegaan. Er zijn natuurlijk heel veel hulpmiddelen als loupes en lenzen, maar die maken het vaak moeilijker om het overzicht te bewaren. Ik heb daarom gekozen voor H0. Dat is 1:87. Zeg half nul en zeg niet ha oo, want dan krijg je de halve modeltreinwereld over je heen. Als nadeel heb je meer ruimte nodig dan bij N (1:160) of Z (1:220) maar met mijn verhuizing naar zolder was dat minder een probleem.
Railkeuze
Door de Duitsers ook wel ‘Teppichbahn’ genoemd en dan heb ik het over de C-rails van Märklin. Door het gekoppelde ballastbed aan deze rails kan je er van alles onder kwijt aan elektronica voor seinen, wisselaandrijvingen, decoders zonder steeds onder de treintafel (toegankelijkheid en bereikbaarheid!) te hoeven kruipen. C-rails ligt hoger op de baan dus perrons en stations moeten allemaal verhoogd worden. De C-rails is robuust en een beetje flexibel. Het aan elkaar zetten en uit elkaar halen gaat heel gemakkelijk en je kan erop staan zonder dat-ie kapot gaat (vandaar Teppichbahn) Dat laatste is natuurlijk niet zo belangrijk als je een permanente baan bouwt. Nadeel is dat als er toch iets niet functioneert onder de rails en je scenery is klaar dat je die (voor een deel) moet weghalen. Bij de nieuwe baan hebben we ervoor gekozen toch heel veel (bijna alles) onder de tafel te bouwen. Bij veel wissels en seinen wordt het allemaal wat begrotelijk omdat met separate decoders te doen.
Digitaal of analoog?
Ik weet dat er veel modeltreinliefhebbers zijn die zweren bij analoog. Ik vind dat de mogelijkheden die digitaal rijden biedt zoveel beter, uitgebreider, betrouwbaarder en realistischer zijn dat ik heb gekozen voor digitaal. Ook de wens om ooit automatisch te kunnen rijden heeft die keuze beïnvloedt. Na een startsetje, met een Mobile Station 2, ben ik uiteindelijk beland bij de Central Station 3 (CS3), een treincomputer met enorm veel mogelijkheden en toepassingen. Uiteindelijk gaat de CS3 als interface voor de aansturingssoftware iTrain dienen, waarover later meer.
Het baanontwerp
Voor mijn eerste ovaaltje (2,10 x 1,05 mtr.) heb ik gebruik gemaakt van Rail Modeller Pro (RMP) Een gratis software programma waarmee je heel precies je baan kunt ontwerpen. Het is vooral handig omdat het rails automatisch aan elkaar klikt, een goede zoomfunctie heeft en je ook de scenery ermee kan ontwerpen. Het is een ‘Truscale’ programma dus alle afmetingen kloppen met de schaal waarin je werkt. Aan het ontwerp heb ik heel wat uren besteedt en dan helpt het als je de geometrie van de C-rails begrijpt. Die kan je vinden in de catalogus van Märklin of op de website. Ik heb me daar eigenlijk te laat in verdiept wat veel onnodige tijd heeft gekost. ‘Trail & error’ is niet slecht, maar zelf weer het wiel uitvinden is ook zo wat…….
Er zijn veel andere ontwerpprogramma’s maar die werken uitsluitend op Windows en ik ben een Apple adept. Helaas werkt het programma niet op de iPad.
Ik heb gekozen voor een zogenaamde zichtbaan (dat is waar je de treinen ziet rijden en de scenery is opgebouwd), een schaduwstation (daar staan alle treinen opgesteld die niet op de zichtbaan rijden) en een helix of klimspiraal (daarover overbruggen treinen het hoogteverschil tussen schaduwstation en parade track) Het schaduwstation ligt dus onder de zichtbaan en de helix staat ernaast.

Op deze manier kan je relatief veel verschillende treinen op verschillende momenten naar de zichtbaan toveren, waardoor je een gevarieerd beeld in de zichtbaan krijgt. Daarnaast wilde ik absolute blikvangers op de baan hebben. De klimspiraal is op zichzelf al een blikvanger door het dubbelspoor: een trein daalt af naar het schaduwstation en de andere stijgt naar de zichtbaan. Het is een open constructie dus het is goed te zien hoe de treinen zich naar boven en beneden bewegen. Op de zichtbaan staat een rolbrug die locomotieven naar andere sporen transporteert. De Duitsers noemen het een Schiebebühne wat eigenlijk nog beter zegt wat-ie doet. Ook wordt voorzien in verschillende locomotief onderhoudshallen met automatische openende en sluitende deuren. Op hetzelfde terrein staat een tankfarm compleet met led verlichting zoals in Pernis. Ook is Strukton Railinfra met een grote onderhoudshal voor verschillende railsonderhoud treinstellen nogal vertegenwoordigd. Op de linker tafel komt een grote en functionerende containerterminal evenals een brandweerkazerne en betonfabriek. Daar ook een chemische fabriek, compleet verlicht en met rookuitstoot zoals bij DSM in Limburg. Op de middelste tafel wordt 60 cm A2 geprojecteerd exact volgens de geschaalde afmetingen van een snelweg in Nederland.

De periode
In treinenland is het gebruikelijk om voor een periode uit de treingeschiedenis te kiezen. Dat loopt van de eerste stoomtrein tot aan de Thalys van nu. Er worden 6 perioden onderscheiden die met Romeinse cijfers worden aangeduid. Waarom is mij een raadsel.
Niet iedere modeltreinbouwer houdt zich daaraan, zodat het voor kan komen dat je een Hondekop en een Koploper op dezelfde baan ziet rijden. Ik vind het wel belangrijk dat je enigszins consequent bent in de periode waarvoor je gekozen hebt.
Het land
Het land waar het zich afspeelt vraagt consequent zijn. In Nederland zijn geen (echte) bergen dus die komen er ook niet. We hebben hier wel veel viaducten en bruggen dus die komen er wel.
Het seizoen
Figuren in zomerkleding op een winterbaan is ‘not done’. Evenals loofbomen met bladeren in de sneeuw.
De treintafel
Is naar mijn idee en ervaring het meest cruciaal in latere (on)tevredenheid over het functioneren van je baan. De poten van mijn eerste baan had ik gemaakt van een Ikea stellingkast. Door wat te meten en te zagen krijg je 4 dubbele poten waar je dan ook nog wat tussen kon leggen. Ik vergat de poten te stabiliseren waardoor de tafel van links naar rechts zwiepte. Dat heb ik opgelost door twee poten te verankeren aan de muur. Elke keer als ik achter de tafel wilde, moest ik onder de tafel de poten losschroeven en weer vastschroeven. De poten stonden ook te ver uit elkaar waardoor in het midden een soort kuil was ontstaan waar alle wagons naartoe kropen. Omdat ik dus geen goede timmerman ben, komt er een ‘make or buy’ moment. En het werd dus ‘buy’.
Voor de treintafel op zolder heb ik de hulp ingeroepen van de mannen van DAAR (www.daarkunjemeebouwen.nl) uit Drunen. DAniël en ARno leveren lasercut modules (zie de foto’s verderop) met standaardafmetingen en ook maatwerk. Ik heb zowel de onderbouw (heet dus geen treintafel meer) voor het schaduwstation als de zichtbaan als de klimspiraal door hen laten maken. Daarbij heb ik gekozen om de poten op (geremde) wielen te laten zetten, waardoor de toegankelijk- en bereikbaarheid vergroot wordt.
De module met de klimspiraal is afkoppelbaar gemaakt, zodat er onderhoud aan de CV ketel gepleegd kan worden zonder de hele baan te hoeven demonteren. Dat kost natuurlijk wat, maar ik vind de ergernis van een niet stabiele baan veel erger. Daarnaast werken ze heel erg ‘customer dedicated’ en precies
De plaatsing van de treintafel en de klimspiraal



De plaatsing van de treintafel viel heel erg mee. Omdat er heel goed nagedacht is over het ontwerp van de modules en de montage duurt die relatief kort. Het afstellen van de helix is een precies werkje omdat het stijgingspercentage niet boven de 3% mag uitkomen. Volgens Märklin zelf mag dat wel 5% zijn. Op het forum raden ze dat echter sterk af i.v.m. mogelijk overbelaste locmotoren en een daardoor kortere levensduur. Daarnaast moet je rekening houden met elektrische loc’s die hun pantografen (stroomafnemers) hebben uitstaan. Nu de onderbouw voor het schaduwstation en de klimspiraal klaar is, kunnen we aan de slag met de elektronica. Daarna komen de mannen van DAAR de bovenbouw voor de zichttrack installeren.
De elektronica installatie
De modeltreinbouw heeft met de digitalisering een ware revolutie achter de rug. Konden er in het analoge tijdperk slechts één, hooguit twee treinen (met gescheiden circuits) op een baan rijden, nu kunnen er wel dertig tegelijk rijden (als je baan groot genoeg is) Ook de besturing is gedigitaliseerd waardoor er talloze software te verkrijgen is, waarmee je werkelijk alles kan aansturen. Natuurlijk de locomotieven, maar ook de wissels, de seinen, de verlichting, ont- en aankoppelen van wagons en rijtuigen, rolbruggen, en zelfs figuren op je treinbaan. Het maakt het complexer en ook realistischer, beter controleerbaar en betrouwbaarder. Je komt in de wereld van schakel- en steldecoders, programmering, interfaces, terugmelders en wisselaandrijvingen terecht.
Dat betekent dat ook hier weer afwegingen moeten worden gemaakt. Wil je automatisch rijden of wil je zelf je treinen en wissels besturen? In het laatste geval worden dat er niet meer dan twee tegelijk. Bij drie raak je het overzicht kwijt en wordt de kans op ongelukken groot. Ook de afweging ‘make or buy’ komt hier weer om de hoek kijken. De kans dat je als relatieve leek verkeerde keuzes maakt in de hardware of iets verkeerd doet bij de aanleg is groot en daar ga je bij de verdere opbouw en besturing steeds weer last van krijgen. Ik kan wel een weerstandje aan een lampje solderen, maar daar houdt het dan mee op. Dus uitbesteden en dan kom je al gauw de naam Domburg Train Services (DTS) tegen. Volgens kenners de absolute top als het gaat om ontwerp en aanleg van de elektronica van je treinbaan. Kennis gemaakt met eigenaar en uitvoerder Martin Domburg en dan weet je al na 5 minuten dat hij het gaat doen. Kost ook wat. Maar doorgebrande wissels, haperende treinen, niet functionerende bezetmelders leveren meer stress op dan je in geld kan uitdrukken.





Vandaag heeft Martin van Domburg Train Support de wissels aangesloten op het eerste gedeelte van het schaduwstation. Met iTrain kon toen het eerste ritje met de Henschel en de Vossloh Rail 4 Chem worden gemaakt.
Daar zijn filmpjes van maar die moeten nog even gekopieerd worden…
Update 20 april 2021
Vandaag was de vierde dag dat we Martin op de koffie kregen. Dit keer was de helix aan de beurt. In deze relatief kleine module is weer eens 300 meter draad verdwenen. We hebben besloten om op elke omwenteling 4 voedingspunten aan te brengen. Overweging is daarbij dat we zo weinig mogelijk haperende treinen op de helix willen. Als een loc hapert is-ie lastig bereikbaar, omdat de afstand tussen de omwentelingen maar 9 centimeter is. Daarnaast ook nog eens 4 bezetmelders per laag dan is de draadspaghetti wel compleet. Gelukkig is een deel netjes weggewerkt onder de module en wat er boven nu nog zichtbaar is, en dat is best wel veel, verdwijnt onder de lagen. De draadeinden worden omwikkeld met ringband. Dat voorkomt loshangende draden, want dat wil je ook niet in een helix.

Mijn werk was het completeren van de isolatie van de rails van het schaduwstation voor het functioneren van de bezetmelders en het verder ingeven van de locdata in iTrain. Best een secuur werkje en iTrain wil echt alles weten. Gelukkig neemt iTrain locinformatie automatisch over van de CS3. Maar in de CS3 hoef je bijvoorbeeld niet de lengte en de offset afstand voor de bezetmelders in te geven, dus dat moet dan handmatig. Opvallend was dat iTrain in de locadressen een factor 1024 toevoegt. Dus adres 6 in de CS3 wordt dan 1030 in iTrain. Martin heeft uitgelegd hoe dat komt maar dat is volledig aan mij voorbijgegaan.
Het leek handig ook de Z21 draadloze handbediening voor locs en wissels in te zetten. Die data heb ik vandaag ook ingegeven. Helaas maakte de Z21 ineens geen verbinding meer met iTrain en was het feest over. Nieuwe batterijen brachten geen soelaas, dus is deze Z21 een garantiegevalletje geworden uiteindelijk.
Het wachten is nu op de S88 links voor de bezetmelders. De seindecoders had Martin vandaag al bij zich. 27 april komen de mannen van DAAR de bovenbouw plaatsen en de volgende afspraak met Martin is op 10 mei.
Dit deed mij denken aan een gedicht van Hieronymus van Alphen (1746-1803)
“Geduld is zulk een schone zaak,
Om in een moeilijke taak
Zijn doelwit uit te voeren;
Dit zag ik laatst in onze kat,
Die uren lang gedoken zat,
Om op een rat te loeren.
Zij ging niet heen voor zij de rat,
Gevangen, in haar klauwen had”.
Update 29 april 2021: iTrain
Omdat het even duurt voordat er verder gewerkt wordt aan de baan (de bezetmelders aansluiten en de helix verder bedraden) hou ik me bezig met het leren omgaan met iTrain. iTrain is een softwareprogramma dat het automatisch bedrijf bestuurt mits je alle gegevens en dan ook letterlijk alle gegevens van je baan, je locomotieven, wagons, bezetmelders, seinen hebt ingevoerd. iTrain was voor mij eigenlijk de enige keuze want ik werk op een Mac en dan vallen veel andere modeltrainbesturingsprogramma’s af. Mijn veronderstelling dat met iTrain de aankoop van Central Station 3 (CS3) overbodig is geweest blijkt onjuist. iTrain gebruikt de CS3 als interface. Ik ben begonnen met het schematisch weergeven van het schaduwstation en de helix in iTrain. Dat komt er dan zo uit te zien:

Je kan iTrain vergelijken met een blinde die je alle informatie moet geven om zijn weg te vinden. De instructievideo’s van Jeroen Balkema op Youtube hebben me enorm geholpen om hierin een beetje wegwijs te worden. Voor het invoeren van foto’s van locs en wagons heb ik een kleien diorama gebouwd (heerlijk om weer eens bezig te zijn met scenery) Dat ziet er dan zo uit:

Het invoeren van alle data over de loks en wagons is best een tijdrovend klusje. Het eindresultaat ziet er dan als volgt uit:

Met de gegevens van de loks en de wagons kan je je treinen samenstellen. De lengte wordt dan automatisch berekend door iTrain.

Het is al met al wel een beetje omslachtig invoeren. Volgens de deskundigen ga ik daar later, bij het automatische laten rijden, veel plezier van krijgen.
Om toch rondjes te kunnen rijden heb ik tijdelijk een keerlus aan het schaduwstation toegevoegd:


Het wachten op de volgende stap in de bedrading leidt tot andere activiteiten behalve het werken met iTrain. Bijvoorbeeld het roesten van de rails. Ik ben dat nu aan het uitproberen met de airbrush
Update 15 mei 2021: De bezetmelders
Om het kleinbedrijf automatisch te doen functioneren is de installatie van bezetmelders op de hele baan een must. Je dient in je baanplan precies aan te geven waar de bezetmelders zitten en hoe lang de baanvakken zijn die de bezetmelders doen terugmelden of er een trein op staat. Let wel: de bezetmelders melden dat een baanvak bezet is, maar niet door welke trein. iTrain zou dat wel moeten kunnen, maar moeten we nog wel even zien natuurlijk. Het invoeren van de gegevens van de melders is eigenlijk heel eenvoudig. Iedere melder krijgt zijn eigen adres en lengte van het baanvak. Vaak zitten er twee bezetmelders in één blok, soms meer.

In theorie staan dan alle bezetmelders in iTrain, waarna je ook de baanblokken kan vullen met de melders van dat blok. Het werkt dan wel in iTrain, maar het moet ook nog in de realiteit gaan werken. En dan kom je wel valkuilen en beren op de weg tegen. C-rails hebben veel voordelen maar zijn ook zeer contact gevoelig. De bedrading voor de bezetmelding moet gesoldeerd worden en daarbij moet je zorgen dat de bedrading steeds aan dezelfde kant van het spoor zit en aan de O kant (aarde) Met mijn technisch inzicht en soldeervaardigheden is dat dus een aantal keren mis gegaan. En dan moet alles nog aangesloten worden op de S88 decoders en met de S-88 link van Märklin als interface naar de CS3. Daar is Martin voor en daarna moet het werken. En nee, dan werkt het niet want er staan twee spookmeldingen op het iTrain scherm. Een spookmelding is een melding die aangeeft dat er een trein op een baanvak staat die er in werkelijkheid niet staat. Dan blijkt de contactgevoeligheid van de C-rails. Een ietsje pietsje verschuiven van de rails en de spookmelding gaat uit.
En dan nog een leuk zoekertje: iTrain geeft ineens alles adressen van de bezetmelders +1000 mee. En daarna, na het weer opstarten nog eens. Daar waar ik begon met 1, 2, 3 enzovoort, zit ik nu in de 2001, 2002, 2003. Gisteren heb ik de voorkeuren voor de bezetmelders veranderd in “standaard” en krijg ik weer andere adressen (zie afbeelding) Waarom dit gebeurt is tot nu toe een raadsel.
En het wordt nog erger: op het moment van schrijven doen de bezetmelders het helemaal niet meer in iTrain en we weten de oorzaak even niet. Ik merk dat ik langzaam een beetje het vertrouwen in iTrain aan het verliezen ben. Ook de app op mijn iPad is niet bijgewerkt en functioneert niet met de huidige versie van iOS. Slechte zaak want voor een standaard iTrain licentie betaal je 290 Euri. Als het allemaal functioneert, ben je dat snel vergeten, maar nu wordt de prijs steeds hoger.
Vandaag heb ik de voorlopig laatste grote bestelling bij Modeltreincentrum Amersfoort opgehaald. Die bestond voornamelijk uit wissels en rails voor de zichttrack, die na veel vijven en zessen nu wel zijn definitieve ontwerp heeft gekregen. Eindelijk zaten daar ook de wisselaandrijvingen bij die ik zo’n vijf maanden geleden heb besteld maar die vanwege Corona niet geleverd konden worden. Dat is dan wel weer een lichtpuntje. Alhoewel ze eerst nog even langs Martin moeten om de eindafschakelingen eraf te halen. En zo wordt het toch wel weer een hele lange weg voordat er structureel progressie wordt geboekt. Als alles meezit en het probleem met de bezetmelders is opgelost, komt wisselstraat 2 van het schaduwstation aan de beurt en kunnen we heel misschien beginnen met de klimspiraal.
Naast de rails en wissels heb ik nog een loc gekocht waarvan ik er al een had. De Vossloh Rail4Chem. Het idee is een trein met ketelwagens door twee van deze locs te laten trekken. Zogenaamde dubbele tractie. Gaan we toch een beetje de kant van Canada op.

Update 29 juni 2021: Automatisch rijden
Voorafgaand aan het maken van een baanplan, is er een belangrijke vraag om te beantwoorden. Wil je automatisch rijden of niet? Als je dat niet wil, blijven de treinbewegingen beperkt tot 1 of 2 treinen. Meer treinen tegelijkertijd besturen wordt heel lastig omdat het risico van ongelukken enorm toeneemt. Het is bijna ondoenlijk om alle wissels, seinen en treinen tegelijkertijd in de gaten te houden.
Wil je wel automatisch rijden dan delen we in iTrain de baan in blokken in. Treinen kunnen dan niet in een blok komen dat bezet is, mits er bezetmelders in de blokken zijn geïntegreerd natuurlijk.
Ik heb gekozen voor automatisch rijden. Mijn doel is minimaal 20 minuten automatisch bedrijf zoals dat heet. Dus dat betekent: treinen die automatisch gaan rijden en op de geplande plek weer stoppen, wachten en weer gaan rijden. Seinen die automatisch signalen geven en wissels die automatisch in juiste stand gaan staan. Ook functies van je locs kan je automatisch aan- en uitzetten. Zo wordt bijvoorbeeld na aankomst in het station het geluid van openslaande rijtuigdeuren gehoord en bij vertrek de signaalhoorn even kort aangezet. Of het geluid van aan- en afkoppelende wagons of………
Een en ander natuurlijk afhankelijk van de functies die op je loc zitten.
Mijn ultieme doel is ook een dag/nacht ritme in te bouwen. Zo gaan na 10 minuten de straatlantaarns aan, de verlichting op stations gaat aan en in de spoorwerkplaats juist weer uit. Je zou dan ook nog een seizoensdynamiek kunnen inbouwen: in de zomer 14 minuten licht en 6 minuten donker en in de winter andersom.
De techniek die bij het automatische bedrijf komt kijken is best wel veelomvattend: bezetmelders, isoleren van rails, indeling van je baanplan in blokken, invoeren van de gegevens in je softwareprogramma, programmeren van treinroutes, invoeren van locs, wagons, treinsamenstellingen en snelheidsmetingen.
Afgelopen donderdag hebben we op het schaduwstation, na een redelijk langdurige exercitie van testen en oplossen van bezetmelder problemen de eerste twee treinen automatisch laten rijden
De helix
De helix, ook wel klimspiraal genoemd, brengt de treinen van het schaduwstation naar het niveau van de parade- of zichttrack, zo’n 45 cm hoger. Dat gaat in 4,5 omwenteling met dubbel spoor naar boven en beneden. Het binnenste spoor is voor de afdaling en het buitenste spoor voor de stijging. De stijging moet met zo min mogelijk weerstand plaatsvinden. Daarom gebruiken we daarvoor ook de grootste radius. Het moet zo ontworpen zijn dat zowel stijgings- als dalingspercentage rondom de 3% liggen. Anders gaat het teveel ten koste van de motor van de loc. Iedere omwenteling is een blok in iTrain en heeft 2 bezetmelders en 4 voedingspunten. 4 voedingspunten omdat je niet wil dat er treinen stil komen te staan in de helix. Dan moet het wel allemaal kloppen met de bedrading onder de helix en over de hardware van de helix moet goed nagedacht zijn. Het sterkte mij in de overtuiging dat het inschakelen van DAAR en DTS terecht was. Dit krijg je als leek niet of heel lastig voor elkaar.

De ruimte tussen de lagen is 8,8 cm en dat luistert nogal nauw. Er is in het ontwerp ook rekening gehouden met de opstaande pantografen (stroomafnemers) van de elektrische locs.
Problemen
De S-88 link van Märklin bleek geen goede combi met de CS3 en/of de S-88 van DTS. Er zijn 2 S-88 links teruggegaan naar Märklin omdat het terugmeldsignaal te laat of niet werd doorgegeven. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat een gerenommerde fabrikant als Märklin dit produceert. Er liggen nu 2 S88-ers van mij in Göppingen, maar nog niets teruggezien.
Daarom wordt tijdelijk gekozen voor de inzet van een andere interface: de EcoS van ESU (geleend) deed zijn intrede. De bezetmelders keerden daarmee terug naar een normale adressering: 1, 2, 3 enz. Nadeel is dat een zeer beperkt aantal functies van de locs wordt overgenomen. De interfacekeuze is iets om heel goed over na te denken. De problemen met de bezetmelders waren nu wel opgelost.
Een ander probleem is ongeduld. Je wil nu eenmaal die treinen zien rijden en dan maak je misschien keuzes die je later betreurt.
Jeroen Balkema
Het schaduwstation was af, de helix opgebouwd en dus kon er langzaam worden nagedacht over testen met automatisch rijden met meerdere treinen. Daartoe heb ik een provisorische keerlus op de zichttrack gebouwd, zodat er niet meer gependeld maar rondgereden kon worden. Van de meeste locs was de snelheidsijking al gedaan. Dan komt er weer een ‘make or buy’ moment aan. Waar DTS (Martin) de absolute top in elektronica is, is Jeroen Balkema dat op het het gebied van de software van iTrain. Er zijn van zijn hand een aantal zeer informatieve instructievideos op YouTube te vinden over iTrain.
Na een dagje programmeren en proberen met Jeroen liepen er acht treinen automatisch over het schaduwstation, de helix en de keerlus.
De volgende stappen zijn nu gepland: 3 juli komt DAAR de rest van de treintafel opbouwen. Daarna wordt het tracé op de zichttrack uitgelegd en gaan we in de tweede helft van Juli aan de slag met de aanleg van de elektronica daarvan. Wissels, seinen en licht
De treintafel compleet
Samen met Daniël van DAAR heb ik de bovenste laag van de treintafel geinstalleerd. Hierop komt de zichttrack, ook wel Paradetrack genoemd. Het systeem van DAAR is simpel en doeltreffend, dus binnen 2 uur stond daar de hele treintafel.
Daarna kon begonnen worden met het leggen van de rails om het tracé op de tafel af te tekenen. Ook om te beoordelen of de treinenloop soepel verloopt.


Update 28 juli 2021
Wat als een dradenspaghetti is begonnen is geëindigd in een keurige bundeling van draden naar de diverse decoders (wissel, bezetmelders en seinen) Ook de voeding voor de decoders is aangesloten.
Update 19 augustus 2021: de Paradetrack
Nu het schaduwstation en de klimspiraal voorzien zijn van werkende electronica zoals baanvoeding, wisselaansturing, bezetmelders en bijbehorende decoders wordt het tijd voor de Paradestrecke zoals de Duitsers dat noemen. Paradetrack kan ook, zichtgedeelte is ook goed. Het is in ieder dat deel van de baan dat direct gezien wordt zonder je in moeilijke bochten te hoeven wringen. Het is ook het gedeelte van de baan waar de scenery op komt te staan en liggen. Het is ook het deel van de treinbaan waar de lastigste keuzes gemaakt moeten worden.
De lay-out van de baan moet congruent zijn met het doel wat je voor ogen hebt. Ik wil een spoorwerkplaats en treinonderhoudsfaciliteit uitbeelden. Zowel voor dieselloks als voor elektrische loks. Een beetje zoals de spoorwerkplaats Amersfoort. Daarnaast een railbouw en railonderhoudhal. Dan kom je al snel uit bij Strukton Railinfra. Daarbij een magazijn, een tankopslagplaats, kantoren, personeelsrestaurant, een lok wasstraat, een dieseltankstation en een seinhuis. En natuurlijk veel rails om alles met elkaar te verbinden. De keuze is ook gemaakt om een paar absolute blikvangers te integreren. De klimspiraal is daar een belangrijk onderdeel in en ook de rolbrug is spectaculair. Tel daarbij automatisch en langzaam openende en dichtgaande deuren van onderhoudshallen en het visuele spektakelstukje is (nog lang niet) klaar.

De treinenloop
Treinen moeten soepeltjes over de rails lopen. Ook bij wissels en in bochten. Dat is niet altijd evident. Bij sommige treinen haken de koppelingen van de wagons op een verkeerde manier in elkaar met als gevolg ontsporingen. Wissels kunnen ook obstakels vormen evenals een te krappe radius van een bocht. Er is maar een manier om erachter te komen of de loop van de treinen soepel is en dat is testen, testen en nog eens testen. Als gevolg van het testen heb ik meerdere wissels verwijderd en op een andere plek weer ingevoegd of helemaal weggelaten.
Een ander aspect is het laten stoppen van treinen op de juiste plek, bijvoorbeeld in het schaduwstation. Dat verschilt per locomotief. De ene loc heeft genoeg aan een afremvertraging van 20, de andere moet op 60 staan.
Digitale infrastructuur
De digitale infrastructuur is nu voor 1/3 aangelegd. Daarmee kan je treinen laten rijden in automatisch bedrijf. Omdat de hele paradetrack door iTrain wordt gezien als 1 blok duurt het het rijden van de treinen wel lang. Desalniettemin een genot om naar te kijken.
Eindelijk was het zover! Gisteren heeft Jeroen Balkema de laatste hand gelegd aan het automatiseren van het rechtergedeelte van de baan.
Een tijdje geleden alweer heeft Martin Domburg de bezetmelders en wissels op dit deel van de baan aangesloten. Maar dan moet er nog heel wat ingeregeld worden in iTrain. En als de treinen niet willen starten (“route niet mogelijk vanaf deze positie”) dan komt er weer zo’n “waar ben ik aan begonnen” momentje. Er bleek een heel station in iTrain niet ingeschakeld te staan. Aangezien de treinen automatisch van station naar station rijden, bleven ze nu dus staan. En dan moeten er dan heel wat details ingegeven worden voordat alles naar je zin gaat. Kan nu weer met een iets geruster hart doorgaan met opbouwen van de scenery op dit gedeelte van de baan.
Update 21 maart 2022
De keuze qua rollend materieel en ook van de scenery wordt echt beperkt als je het er allemaal Nederlands wil laten uitzien. Daarom heb ik besloten de ene kant van de baan (de treinenwerkplaatsen, de rolbrug en de werkplaats van Strukton van een Nederlandse signatuur te voorzien en de andere kant met het grote station, de chemische fabriek en de containerterminal van een Duitse. De grens is dan precies in het onderste deel van de U. De eerste Duitse loc rijdt er al. Is dit dan wel realistisch? Ik vind van wel. Vanwege de internationalisering rijden er steeds vaker buitenlandse locs in Nederland en andersom. ook worden locs en wagons steeds vaker geleased. Zo heb ik ook twee Railpool locs aangeschaft, waarvan de naam voor zichzelf spreekt. Voortaan spreek ik dus over Nederland en Duitsland om een deel van de baan aan te duiden.
In Nederland zijn nu ook de dwergseinen aangebracht die later zullen worden aangesloten en voorzien van een adres om iTrain de werking te laten regelen. Inmiddels stuurt iTrain ook de verlichten van de gebouwen in Nederland aan, mede dankzij het werk van Jeroen Balkema. De Duitse hoofdseinen die van mijn vorige baan kwamen, doen het ook weer. In Duitsland heb ik van Faller station Horrem aangeschaft en in elkaar gezet. Ik ben nu bezig met het verhogen van de perrons en de perronoverkapping, om de reizigers op de juiste hoogte te laten in- en uitstappen. Daarover later meer.
De chemische fabriek
Ik heb veel tijd gestoken in de renovatie en uitbreiding van de chemische fabriek die van mijn vorige baan afkomt. Die heb ik er niet in één geheel vanaf gekregen en probeer dan na 1,5 jaar nog maar eens te bedenken hoe het in elkaar zat. De bouwhandleiding was natuurlijk mee gegaan met het oud papier. Echter: op de website van de Fallerstore (www.fallerstore.nl) zijn de bouwhandleidingen voor de meeste Faller producten gewoon te downloaden. De hele fabriek is geweathered met poeder van Artitec en een oude make-up kwast van mijn vrouw. Daarna is het poeder gefixeerd met matte vernis. Op deze manier krijg je echt een realistische uitstraling.
Met de uitbreidingen lijkt het nu wel een realistische fabriek en met de verlichting aan is het ook in het donker leuk om naar te kijken.




Update 9 augustus 2022: Over de loclijst, scenery en weatheren
Sinds de laatste post zijn we alweer vele maanden verder. Er is een tijdje weinig gewerkt aan de baan, alhoewel er toch wel vooruitgang geboekt is.Sinds de laatste post zijn we alweer vele maanden verder. Er is een tijdje weinig gewerkt aan de baan, alhoewel er toch wel vooruitgang geboekt is.
Infrastructuur:
Om wat meer keuze te creëren in treinen, infrastructuur en scenery heb ik besloten om het linker deel van de baan Duits en het rechter gedeelte Nederlands grondgebied te verklaren.
De dwerg- en hoofdseinen in het NL gedeelte zijn aangesloten en functioneel gemaakt met hulp van Jeroen Balkema. De Duitse seinen blijven een beetje een probleem. De Märklin hoofdseinen zijn nogal kwetsbaar en functioneren niet echt goed in iTrain. Twee zijn er nu afgebroken en onherstelbaar beschadigd. Een kostenpost van 180 Euro . Het leerpunt is dat zolang je nog regelmatig om de baan heen moet werken je geen seinen moet plaatsen. Je tikt er zo makkelijk tegen aan in een onbewaakt moment. Seinen plaatsen en aansluiten dus bewaren tot het laatste, zeker als ze aan de rand van de treintafel komen te staan.
De verlichting loopt nu ook via iTrain. Bijna alle gebouwen en installaties zijn van lichtjes voorzien. Zelfs de rookgenerator van de chemische fabriek werkt op dezelfde Signal Pilot van ESU.
De treinbaan heb ik de afgelopen periode regelmatig getest en het automatisch rijden werkt over het algemeen naar behoren. Toch dien je alert te blijven op storingen: een trein die op een wissel van het schaduwstation stil blijft staan of een trein die te vroeg stopt in het schaduwstation, terwijl het op de monitor lijkt alsof hij op zijn plaats staat.
Ik heb gekozen voor het principe dat uit het schaduwstation pas een trein kan vertrekken als er ook eentje binnengekomen is. Door blokken inactief te maken kan je met het aantal treinen dat tegelijk rijdt op de paradetrack varieren. Maximaal is dat bij mij nu 5 treinen. Bij meer loop je het risico op stagnatie waardoor er uiteindelijk geen enkele trein meer rijdt en je veel handmatig moet rangeren om de boel weer aan de gang te krijgen. Het is ook niet heel erg realistisch als er twaalf treinen tegelijk over de paradetrack rijden.
Een ander punt is het nogal regelmatig verliezen van de blokreservering door iTrain. Ik gebruik voor alle treinroutes een reserveringsaantal van 2 blokken. Als het werkt, werkt dat ook beter, maar dan moet het wel werken.
Locs en rollend materieel:
Binnenkort staan de de loc (Henschel) en de containerwagons van de Marklin Startset digitaal rijden op Marktplaats. De containerwagons zijn een wat kinderlijke versie die makkelijk in het programma “My train” van Märklin hadden gepast. De loc heeft een paar aardige functies zoals motorgeluid en zwaailicht maar niet de detaillering zoals je die graag ziet. De schroef boven op de behuizing heeft me ook altijd een beetje geïrriteerd.
Nieuw is de Nightjet loc van de ÖBB (Oostenrijkse Bundesbahn) die de nachtelijke verbindingen tussen diverse Europese hoofdsteden en Wenen verzorgt. Een fraaie loc van Piko, ook al door de gedetailleerde decals. Tijdens de ‘unboxing’ van de loc vielen er gelijk onderdelen af, geheel conform de Piko traditie. De bijbehorende slaap- en zitrijtuigen staan nog in bestelling die, naar ik hoop, eind september geleverd wordt. De trein met twee zit- en twee slaaprijtuigen is te lang voor een blok in het schaduwstation, dat moet dus nog wel opgelost worden.

Ook een nieuwkomer is de Märklin DB loc BR 189. Met de personenrijtuigen van de DB, inclusief ‘Bord Restaurant’ een fraaie aanwinst. De rijtuigen hebben stroomvoerende koppelingen waardoor één sleper genoeg is voor de interieurverlichting van alle drie rijtuigen. De loc beschikt over vele functies waaronder 2 ‘Stationsanzagen’. Heel realistisch!
Om de figuren in de rijtuigen te kunnen plaatsen moest er wel veel geknipt en gevijld worden, maar ze zitten met hun geamputeerde benen. De rijtuigen hebben zogenaamde kortkoppelingen waardoor ze dicht achter elkaar rijden. In de bochten is het helaas nog onrealistisch, want de gaten tussen de rijtuigen zijn wel heel erg groot. In iTrain kan je gelukkig verbieden dat de trein in bepaalde blokken komt. De minimale bochtenradius voor dit soort treinen is R2 (gebogen C-rails vanaf 230, R2, 30º)

De Hondekop (met snor) van Piko heeft inmiddels interieurverlichting. Ik kwam daar zelf niet uit, maar Arnaud van Domburg Train Support wel! De Hondekop gaf helaas wat kuren bij de snelheidsmeting in iTrain en stopt ook niet op de plaatsen waar ik dat wil. Zoeken we later uit.

Helaas bleek dat de de Hondekop niet te programmeren is en dus als museumstuk is bijgezet in de stellingen van mijn werkplaats.
Mijn huidige loclijst:
- Henschel Global Trans, rangeerloc.
- 2x BR 186 Traxx
- 1x DB BR 189 (zie boven)
- 2x Railpool BR 186 Traxx (hieronder)
- 2x Rail 4 Chem
- Portfeeders loc
- Mak Strukton. Bijnaam Karin. Alle locs van Strukton hebben vrouwennamen.
- Arriva Spurt Merwede-Lingelijn

Scenery:
In de scenery is best wel wat veranderd en toegevoegd. De chemische fabriek van BASF is nu vrijwel af op nog wat details na zoals het weatheren van de ketelcontainers op het terrein. De terreinverlichting werkt en er is een bouwkeet geplaatst met twee verdiepingen. Het hekwerk en toegangspoort zijn klaar



Ook is Station Horrem (BRD) gebouwd. Een duurzaam station met zonnepanelen. In de stationsomgeving zijn een promenade en fietspad aangelegd met bijbehorende figuren en er zijn twee verlichte perronsoverkappingen geplaatst. Uiteraard heeft het station ook interieurverlichting. De perrons zijn aangekleed met zitjes, informatieborden, hekwerk, figuren, inclusief stomdronken daklozen en belijning. Een kleine bushalte is ook klaar om geplaatst te worden.






De grote uitdaging worden de containerterminal, de A2 inclusief file en matrixborden, het wegennet, de verdere scenery in termen van bomen, planten, gras en figuren. Een volautomatische spoorwegovergang staat ook nog op het verlanglijstje. Over het al dan niet automatisch rijden van auto’s moet nog een besluit vallen.

Weatheren
De laatste tijd stond het weatheren van locs en wagons centraal. Daar zijn heel veel tutorials te vinden op YouTube. Een, nog niet helemaal afgemaakt, voorbeeld:

Met poeders, verf en vernis geweatherde wagon
Het weatheren is weer een sport apart in de modelbouwwereld. Je gaat aan de slag met kleurpoeders, washes, vernis, acrylpotloden, glasvezelpennen en natuurlijk de airbrush. Het geeft veel voldoening als je een wagon getransformeerd hebt van glanzend plastic naar een matte, vervuilde en verweerde realistische verschijning. Daar gaat best veel research in zitten want in het grootbedrijf zitten de voorbeelden natuurlijk! Een dagje treinen kijken is ook leuk!
Update 19 oktober 2023
Sinds de laatste update heb ik te maken gekregen met ziekte en ander ongemak waardoor het bouwen aan de modeltreinbaan een andere prioriteit heeft gekregen. Toch is er wel wat bijgebouwd en veranderd. Allereerst is er veel veranderd in de lay-out. Niet het baanplan maar wel in de scenery. Zo is de betonfabriek van de “oude” baan uitgebreid met 8 cement silo’s van Faller. Leuk vind ik de opschriften op de silo’s: “Cement verbindt alles”. Het bouwen van de silo’s is een secuur werkje. O.a. met het beschilderen (met of zonder airbrush) kan je beter wachten tot alles is gelijmd. Anders zitten de gaatjes van de draagframes vol met verf en zijn ze moeilijk te lijmen. Alle silo’s zijn natuurlijk voorzien van verlichting (die nog wel aangesloten moet worden)
Daarnaast is er een shredder op de baan verschenen. Ook van Faller. Geen heel gecompliceerd werk en het weatheren is makkelijk. Het is daar vies, heel vies. Natuurlijk is ook hier weer verlichting aangebracht. De erfscheiding bestaat uit betonnen muren van Artitec, die heel realistisch zijn en mooi te weatheren. Als shredder product heb ik diabolokogeltjes voor een luchtbuks/pistool gebruikt. Natuurlijk rangeert er een locje met twee open wagons van en naar de shredder.
De wagons worden geladen door een Volvo shovel.


Als derde staat er inmiddels een mobiele bitumenmengcentrale op de baan. Dit concept is afkomstig uit Zwitserland. Door de mobiliteit van de centrale hoeven vrachtwagens geen honderden kilometers meer te rijden om het asfalt op zijn plek te krijgen. Wel een werkje voor gevorderden. Verlichting aanbrengen middels led strips is toch wel een heel lastig en een soms frustrerende klus geworden.
Update 23 april 2024
Sinds de update van vorig jaar zijn er best wel weer veel nieuwe highlights op de baan gecreëerd. Aan de Nederlandse kant is de infrastructuur nu definitief bepaald en aangelegd maar nog lang niet afgemaakt. Dat kon ook pas nadat de mobiele bitumenmixfabriek en het sloopbedrijf zijn gemaakt en geplaatst.
Aanpalend aan de bitumenmixfabriek staat de cementfabriek waar ik al eerder melding van maakte.
Toegevoegd is een diorama van de ontmanteling van de aardgas pijpleiding die sinds het sluiten van het Groninger gasveld niet meer nodig was om aardgas naar Duitsland te transporteren.


Voor de aardgaspijpleiding is elektriciteitsbuis gebruikt die gewoon verkrijgbaar is bij de bouwmarkt. De buis heb ik met een spuitbus in de kleur lichtgrijs gespoten. Voor de verbindingen heb ik verbindingsstukken, die breder zijn, in smalle ringen gezaagd. Het grote voorbeeld is de pijpleiding in een diorama wat ik gezien op OnTrax in het Spoorwegmuseum. Op deze foto is ook te zien dat ik ballast en verdere scenery heb aangebracht op dit deel van de baan. Hiervoor heb ik de speciaal voor C-rails gemaakte ballast gebruikt. Leerpuntje is dat je moet oppassen geen ballast, die heel fijn van structuur is, op de wissels te strooien. Heeft bij mij tot een wisselstoring geleid met als gevolg een hoop werk om de wissel weer functionerend te krijgen.
Ook het wegdek is hier geschilderd met Noch wegenverf. Droogt wel erg licht op, zodat het op een betonweg gaat lijken.
De bovenleiding op dit deel van de baan is van Sommerfeldt. Na wat probeersels met andere fabrikanten is dit toch wel de meest realistische alhoewel sommige afmetingen niets met H0 te maken, want veel te dik.
Ook de dieseltankinstallatie is op het Nederlandse deel geplaatst. Zie de video verderop.
De highlights op het Duitse deel van de baan zijn de parkeergarage met ongeluk, het DHL distributiecentrum, de containerterminal, de affakkelinstallatie, de fabriekschoorsteen en de Biergarten “Im Buro”. Inmiddels is ook de straatverlichting en de (alarm)verlichting van de hulpdiensten aangesloten.
